In sprookjes is er vaak sprake van een schat. Goud en edelstenen in overvloed, waardoor de held in één klap onmetelijke rijkdom heeft verworven. En dat is verleidelijk om ook te willen. Maar, zoals de monnik Jay Shetty heel treffend verwoordt: Wil je het proces of wil je alleen het resultaat?
Niet voor niets zie je ook in sprookjes gebeuren dat degenen die alleen maar oog hebben voor de schat, er juist naast grijpen.

Net als alles in sprookjes is de schat niet letterlijke rijkdom. Goud is van oudsher een symbool voor de transformatie, het proces van individuatie. Dat wat we het liefst willen bereiken.
Laten we symbolisch goud en letterlijk goud niet met elkaar verwarren. Wanneer ik het hier heb over goud, is het symbolisch goud. Jouw sprankel, jouw eigenheid. En dat staat volkomen los van hoeveel geld je hebt.

Je vindt het goud als je bereid bent om in het diepe te duiken, dieper dan het letterlijke gaat, het tastbare loslaat, durft te twijfelen aan wat ooit waarheid was. Lagen afleggen om bij jezelf te komen. Dàt is de schat: jouw ware zelf.
Wie zich blindstaart op het uiterlijke, maakt de reis naar binnen niet en kan het goud niet in handen krijgen. Alleen interesse hebben in het resultaat, niet in het proces. Geen verandering willen, alleen wat rijker zijn. Dat is even paradoxaal als wel wijs willen zijn, maar geen tijd investeren in leren (als in: kennis vergaren, oefenen, struikelen, opnieuw proberen). Of wel lang willen leven, maar niet oud willen worden. All magic comes with a price…

Draken
Schatten worden vaak bewaakt door een draak. Een draak staat symbool voor dat wat we het meest vrezen en wat we het liefst vermijden. Met andere woorden: het deel van onszelf dat we afwijzen. Jung noemde dat onze schaduw.
Het hele proces gaat erom dat je tot heelheid komt, dus je ergste angsten onder ogen leert zien. Want daar zit onze grootste mogelijkheid tot groei en ontwikkeling.

We zijn gaan geloven dat we draken moeten doden. Dus trekken we ons zwaard, maar het helpt niet. De draak wordt alleen maar woester en gevaarlijker. Bij onderdrukte verhalen horen nu eenmaal sterke, assertieve bewaarders. In onze families noemen we hen de zwarte schapen of zondebokken, in het Noord-Amerikaanse sjamanisme noemen we hen the keepers of the black medicine.
Dan ga je hulp zoeken. Hulp om van die draak af te komen. Want dat is wat je wil. Als je bij mij terechtkomt, zal ik je vertellen dat het niet is wat je nodig hebt. Die draak is namelijk het probleem niet. Integendeel zelfs, die draak staat aan jouw kant. Hij ís jou, in een andere vorm. Je hebt hem daar zelf neergezet. Jij wilde iets leren, een hindernis overwinnen en je hebt met je draak afgesproken dat hij je eraan zou helpen herinneren. En jullie verbond is bindend, hij laat zich niet ontslaan.
Uiteindelijk kan je gaan inzien dat strijden geen zin heeft; niet willen luisteren maakt niet dat een verhaal opeens niet meer bestaat. En dan kan je je draak open tegemoet treden, vanuit een verlangen om hem te verstaan in plaats van hem te vernietigen.

Ken jij jouw draak? Hoe ziet hij of zij eruit? Heb je wel eens met hem of haar gesproken? Stem eens op je draak af, zonder dat er iets ‘moet’ en kijk wat er gebeurt.

Leave a comment

Your email address will not be published.