Vroeger wilde ik graag ‘verlicht’ zijn. Hoe dat zou zijn, daar had ik allerlei gedachtes over. Met name eigenlijk over hoe het eruit zou zien. Het kwam er vooral op neer dat iedereen mij aardig zou vinden, aardig tegen mij zou doen of op z’n minst zwijgen als ze alle voorgaande niet konden opbrengen.
Hoe ‘verlichting’ zou voelen, daar was ik eigenlijk veel minder mee bezig. Dat hoefde ook niet volgens heel veel boeken, workshops, cursussen, lezingen en andere evenementen. Ik had een vaag verlangen van nooit meer pijn of verdriet voelen en er waren er genoeg die mij gretig beloofden dat ik alleen maar X hoefde te doen om dat voor elkaar te krijgen.
Ook nu hoef je niet lang te zoeken om handige zoveel-stappen-plannen te vinden om makkelijker mensen aan te spreken, je relatie(s) te verbeteren, innerlijke rust te vinden, noem het allemaal maar op. Dergelijke stappenplannen noemen we dan ‘praktisch en concreet’. Want dat is het leven zelf natuurlijk ook; uitermate praktisch, concreet en prima onder controle te houden wanneer je je maar aan je checklist houdt…
Sprookjes vertellen mij een ander verhaal; het avontuur begon pas toen Roodkapje de raad van haar moeder in de wind sloeg en het bospad verliet. Ronddwalen zonder te weten waar we naartoe gaan, zonder te weten waar we zijn, geen rechte lijn van A naar B lopen, het is op zoveel lagen goed voor ons. Met Tomtom kom je jezelf niet tegen.

Nelson Mandela riep mensen op om regelmatig in gesprek te gaan met iemand waar ze het fundamenteel mee oneens waren. Daarmee stel je je open voor iets nieuws en geef je ruimte aan groei en ontwikkeling. En aan vrede. Want wanneer juist de twee uiterste krachten met elkaar in dialoog gaan en blijven, polariseren ze niet. Echte dialoog, elkaar ontmoeten met een oprecht verlangen om elkaar beter te begrijpen. Het gaat niet om gelijk krijgen, ook niet om een compromis te bereiken. Het gaat om medemenselijkheid en nieuwsgierigheid. Om voelen en aanvaarden dat we allemaal deel uitmaken van een groter geheel, waar we allemaal ook onze plek in hebben.
Natuurlijk lijkt het op korte termijn veel eenvoudiger om de mensen die je niet aardig vindt gewoon te negeren en je alleen maar te richten op de mensen die jouw zienswijze bevestigen. Maar daar leer je niets van, je groeit niet als mens en het doet ons alleen maar belanden in verzuiling 2.0. Het is geen kunst om te geloven dat alles liefde is als je je richt op wat je accepteert. Het oog van de naald is liefde zien in dat wat je afkeurt.
Helaas is er veel pseudo-spiritualiteit die strenge eisen stelt aan het ‘perfecte plaatje’. Mensen die zich niet gedragen volgens het gepredikte ideaalbeeld, worden afgewezen. En uit afwijzing ontstaat strijd. Dan wordt ‘spiritualiteit’ gebruikt als graadmeter; familieleden of partners worden weggezet als ‘nog niet zo ver ontwikkeld’ of ‘niet zo sensitief’, wat niet zelden leidt tot ruzies, verbreken van contact en zelfs scheidingen. Spiritualiteit als excuus voor uitsluiting, ik vind het bloedlinke business.

Het is overigens niet exclusief iets van pseudo-spiritualiteit dat mensen geleerd wordt zich te richten op stemmen van buitenaf, in plaats van te leren luisteren naar de eigen innerlijke stem. De Middeleeuwse praktijken zoals de schandpaal vind je tegenwoordig in digitale vorm terug. Likes krijgen wordt letterlijk beschouwd als van levensbelang.
Ik zie gebeuren dat we niet meer ronddwalen, de eenzaamheid niet opzoeken, onze eigenheid niet verkennen maar krampachtig proberen niet buiten de groep te vallen en in plaats van ons eigen levenspad te bewandelen, blind gaan waar anderen ons wijzen. Zijn we zo bang geworden om iets ‘verkeerd’ te doen? Zijn we zo massaal gaan geloven dat alleen de uitkomst telt? Dat is als een sprookje niet van A tot Z lezen, maar van ‘er was eens’ rechtstreeks doorgaan naar ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’. Elk kind zal protesteren wanneer je bij het voorlezen een stukje overslaat, omdat het aan alles voelt dat er een deel van het groeiproces overgeslagen wordt. Zoals de Tao ons leert: de reis ís het doel. Als het belangrijkste deel van een verhaal het einde was, bestonden er geen boeken, geen films en geen toneelstukken. Sterker nog, ik durf wel te stellen: dan bestond er geen leven.
Misschien is het nodig om te horen dat sterven, weigering, toorn, pijn, verdriet en al deze dingen geen straf zijn? Dat wanneer de wolven, heksen en draken ten tonele verschijnen dit geen teken is dat we iets verkeerd gedaan hebben?
Weerbaarheid en veerkracht komen van binnenuit, mede door je eigen wolven, draken en heksen in de ogen te kijken. Maar dan moet je die kans wel krijgen en niet continu ‘beschermd’ worden. Elkaar proberen te behoeden voor pijn en verdriet, maakt ons weerloos tegen het leven. Want vroeg of laat komt pijn en verdriet voorbij. We verspillen onze energie wanneer we proberen dit te voorkomen.
Snowwhite verwoordt het heel treffend in de film/serie ‘The Tenth Kingdom’ (2000). Ze vertelt over haar stiefmoeder die haar telkens vermomd bezocht in het huisje van de zeven dwergen, pogend haar te doden en hoe het uiteindelijk lukte:
And I often think, why did I let her in? Didn’t I know she was bad?
Of course. Of course I did.
But I also knew I couldn’t keep the door closed all my life, just because it was dangerous, just because there was a chance I might get hurt.’

Hoe verlichting er nu voor mij uitziet, ik zou het je niet kunnen vertellen. Regen valt op iedereen. De zon gaat voor ieder mens op en weer onder. Wat ik wel weet, is dat we geen toestemming, goedkeuring, handleiding of reden nodig hebben om schoonheid te zien. Om te genieten. Om gelukkig te zijn.

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *