Reageer jij wel eens veel scherper dan je eigenlijk bedoelde? Zwijg je wel eens terwijl je eigenlijk iets had willen zeggen? Kom je wel eens thuis, balend dat je je toch weer hebt laten strikken om iets te doen wat je eigenlijk niet wilde? Je bent niet de enige.

Onlangs was ik met iemand op stap en ik kondigde aan dat ik nog even snel bij een vriendin langs wilde gaan; zij had een grote bus krijtverf en ik wilde daar een beetje van overgieten om thuis een klein ouderwets stoofje een make-over te geven. Diegene opperde dat ik mijn stoofje ook thuis kon ophalen om het bij de vriendin te verven. Vanuit een reflex reageerde ik: “Ik ga dat ding echt niet meesjouwen,” op de stellige toon die ingewijden wel van mij kennen. Boem, deur dicht. Mijn gesprekspartner zei alleen nog dat het goed bedoeld was en deed er verder het zwijgen toe. De sfeer werd ijzig en we kwamen niet meer tot elkaar. Terwijl we gemeenschappelijk hadden dat we mij op dat moment allebei moeilijk vonden; had ik dat maar benoemd, dan hadden we er misschien om kunnen lachen. Maar ik kroop in mijn schulp en gaf mezelf op mijn kop. En de ander. Herkenbaar?

Het had ook anders kunnen gaan. Als ik vanuit mijn volwassen zelf had geantwoord, had ik bedankt voor het meedenken en uitgelegd hoe ik gekomen was op mijn aanpak. Wellicht hadden we het er dan nog over kunnen hebben. Maar ik was met mijn aandacht ergens anders. En reagerende vanuit mijn reflex, sprak ik vanuit mijn kinderlijke ik die voelde dat ze overruled dreigde te worden en haar plekje moest verdedigen. Hoe werkt dat precies?

Onze reflexen tonen ons hoe we als kind de wereld ervaren hebben
én hoe we onszelf daartegen beschermd hebben.

In onze jeugd rusten we onszelf uit met drie voorwerpen: een onzichtbaarheidsmantel, een spiegelend schild en een zwaard. We hebben ze alledrie tot onze beschikking maar welk voorwerp ons in onze kindertijd het meest diende is het voorwerp dat we ook als volwassene nog het snelst en makkelijkst hanteren. Maar wanneer we ons niet bekwamen in hoe deze voorwerpen te gebruiken als volwassene, belemmeren ze ons om contact te maken, met onszelf en met anderen. Wanneer we ons onveilig voelen en onszelf dus proberen te ‘beschermen’ zoals we als kind deden, jagen we anderen ook het harnas in. Ga maar na: wie met de energie van een angstig kind met een zwaard om zich heen zwaait, doet zichzelf en andere mensen pijn. Dat ligt niet aan het zwaard, maar aan hoe het gehanteerd wordt. Ik pleit daarom nadrukkelijk niet voor het afwerpen van deze drie voorwerpen, maar voor een bewust gebruik ervan. Laten we daarom eens nader kijken naar onze uitrusting.

Onzichtbaarheidsmantel
We gebruiken de onzichtbaarheidsmantel om te voorkomen dat de aandacht op ons gevestigd wordt. Dat kan op het letterlijke niveau, maar wat de onzichtbaarheidsmantel écht beschermt, is de binnenwereld. Wie de kunst van de onzichtbaarheidsmantel werkelijk beheerst, doet het dusdanig dat niemand in de gaten heeft dat hij/zij dit doet. Want het is veel meer dan alleen maar stil in een hoekje zitten, dat valt soms juist op. Wie echt onzichtbaar wil zijn gaat op in de omgeving, zodat de terugtrekkende energie niet zo sterk voelbaar is voor de anderen. Met je onzichtbaarheidsmantel om observeer je, je merkt details op en herkent patronen, vaak zonder dat je daar heel actief moeite voor hoeft te doen. Het is de stille verkenner, de manier om de temperatuur te meten zonder direct in het water te springen, om informatie te verkrijgen zonder jezelf te laten zien.

Bij onzichtbaarheidsmantels gaat het erom dat je consequent zwijgt over
en verbergt wat je écht vindt en voelt.

Onzichtbaarheidsmantels zijn er in talloze varianten, de ware meesters in verhullen zijn eindeloos creatief en verbergen zich bij voorkeur in het volle zicht. Zo sprak ik ooit iemand die (net als ik) vaak heel fleurige kleding droeg. En ik vroeg haar in een opwelling: “Draag je deze kleding om te accentueren of om te verhullen?” In eerste instantie keek ze wat geschrokken op. Na een stilte antwoordde ze: “Mensen worden er vrolijk van en dat helpt mij soms om ook vrolijk te worden. Vaak heerst de simpele gedachte: wie zwart draagt is somber en wie kleuren draagt is vrolijk. Bij mij werkt het juist andersom.”

Goede onzichtbaarheidsmantels zijn praktisch niet te zien vanaf de buitenkant, maar je kan af en toe een glimp herkennen. Hoe vertrouwder je bent met je eigen onzichtbaarheidsmantel, des te beter dat gaat. Dan weet je ook dat het enorm bedreigend is wanneer iemand je onzichtbaarheidsmantel van je af wil rukken en dat zulk gedram averechts werkt. Wanneer iemand zich voldoende veilig voelt, besluit hij/zij zelf om de onzichtbaarheidsmantel aan de kapstok te hangen. En wanneer daar een big deal van gemaakt wordt, gaat ‘ie net zo snel weer om.

Spiegelend schild
Wie alleen een onzichtbaarheidsmantel heeft, overleeft niet wanneer het in sociale interactie heet en scherp wordt. Je zal ook een schild en zwaard moeten hebben. Het spiegelende schild is het sociaal wenselijke gedrag. We ontwikkelen al vroeg in ons leven een radar voor wat andere mensen van ons verwachten en gehoorzamen daaraan, in de hoop om de ‘goede vrede’ te herstellen. Het beschermt ons tegen de hitte van conflict en onze kind-angst dat we geen liefde meer krijgen wanneer we afwijken van de groep. Afkeuring wordt ten koste van alles vermeden. Verkijk je niet op hoe sterk en dwingend in sommige families conflict uit de weg gegaan wordt. Zo ontstaan zogeheten ‘harmoniegezinnen’; voor het oog allemaal pais en vree, maar er is buitengewoon veel onder het kleed geveegd. En oh wee als iemand alleen al naar de bobbels wijst… Een van de typische dingen uit een ‘harmoniegezin’ is dat mensen geen eigen voorkeur uitspreken maar blijven vragen wat de ander wil en zeggen dat het hun niets uitmaakt.

Bij het spiegelende schild gaat het om actief goedkeuring verkrijgen,
ten koste van het tonen van het eigen gezicht.

Waar de onzichtbaarheidsmantel een terugtrekkende beweging is, loop je met het spiegelende schild naar voren. Je moet weten of de ander je nog wel accepteert, dus je moet interactie hebben. Maar jouw plek durf je niet in te nemen, daarom houd je in plaats daarvan het spiegelende schild voor je. Alles wat de ander zegt, doet of wil, volg je op, in ruil voor ‘erbij horen’. Zonder in het begin te beseffen dat het nep is, want je gecreëerde persona hoort erbij, jij niet.

De tragedie is dat dit een veel gewaardeerd voorwerp is. Blijkbaar zijn wij mensen als parkietjes verzot op ‘interactie’ met spiegels. En wanneer we leven in een maatschappij die houdt van pleasend gedrag, zijn er andere impulsen nodig om dit schadelijke gedrag een halt toe te roepen. Bijvoorbeeld dat lege, knagende gevoel binnenin. De holle leegte die nooit gevuld wordt. De wanhoop dat het nooit goed genoeg is. De vertwijfeling over wat het allemaal waard is. De woede en het verdriet dat men jou niet waardeert om jou, omdat niemand jou ziet. En die leegte wordt op een gegeven moment vanzelf te zwaar en zuigend om nog mee door te kunnen gaan.

Zwaard
Waar de onzichtbaarheidsmantel en het spiegelende schild elkaar nog aardig verdragen, is het zwaard een beetje het buitenbeentje. Het zwaard is de meest directe manier van de strijd aangaan met alles wat als onveilig wordt ervaren. Oog om oog, tand om tand. Staan de spiegelende schilden elkaar minutenlang alleen maar te pleasen, dan hakt het zwaard de knoop wel door. Dat kan scherp en boos overkomen maar vergis je niet in het achterliggende verlangen: duidelijkheid. Wie het zwaard hanteert heeft slechte ervaringen met controle uit handen geven en wil weten waar hij/zij aan toe is. Kom niet aan met ‘alles is goed’ want daar prikt een zwaard zó doorheen. Wat niet gezegd wordt, hoort het zwaard en daar reageert het op. Een zwaard en een spiegelend schild doen het daarom niet goed tegenover elkaar en hebben tegelijk de potentie om het meest van elkaar te leren.

Het zwaard gebruiken we om duidelijkheid te verkrijgen,
grenzen/kaders te stellen en controle te nemen.

In tegenstelling tot het spiegelende schild, heeft het zwaard een slechte reputatie. Het ironische is dat we met het zwaard in onze hand het meest kwetsbaar zijn, want daarmee tonen we onszelf. Geen onzichtbaarheidsmantel, geen spiegelend schild, maar een duidelijke ‘hier sta ik’. En juist met het zwaard krijgen we de meeste afkeuring te verduren, wat extra hard binnenkomt.

Nu is het al niet zo leuk wanneer een zwaard gehanteerd wordt, want het zwaard duldt geen verstoppertje spelen. Wie zich veilig waant in een onzichtbaarheidsmantel of achter een spiegelend schild, kan hevig protesteren als het zwaard sommeert tevoorschijn te komen. Maar daarin zit niet de pijn. Martin Buber verwoordde het mooi in al zijn eenvoud: “Mensen verstoppen zich om gevonden te worden.” Ook al komt er in eerste instantie weerstand, we willen gezien worden en onszelf kunnen zijn.

De drie-eenheid
Een zwaard doet pijn en verwondt wanneer het als een botte bijl gehanteerd wordt. Precies om die reden hoort een zwaard met kalmte ingezet te worden, niet met emotie. Een zwaard dient niet om onzichtbaarheidsmantels aan flarden te snijden of om spiegelende schilden kapot te hakken. Een zwaard dient om duidelijkheid te brengen. Dat kan door vragen te stellen die niemand gesteld heeft. Door zere plekken onder de aandacht te brengen. Zacht voor de persoon, scherp voor de persona – wat niet hetzelfde is als veroordelend.

Het spiegelende schild kan ons helpen om af te stemmen op iemand, zodat het sein op ‘veilig’ komt. Daarbij hebben we ons niet te verschuilen achter het schild, maar er allebei in te kijken. Wanneer jij mij vertelt van jouw pijn, kan ik die pijn in mijzelf herkennen? Kunnen we samen kijken, blijven kijken en het erover hebben? Zonder (ver)oordelen, zonder wegduwen, zonder te zoeken naar een schuldige?

In de onzichtbaarheidsmantel zit een enorme flexibiliteit en veerkracht. Hoe rijk zijn we wanneer we deze geestelijke elasticiteit leren gebruiken om ons wereldbeeld op te rekken. Om elkaars taal te leren spreken en verstaan, hoe anders die in eerste instantie ook lijkt dan wat we gewend zijn. Om dieper te duiken dan het oppervlaktelaagje, om de schatten vanuit ons binnenste naar boven te halen.

Meer weten?
Deze drie voorwerpen komen terug in mijn workshop ‘Meer grip met mythologie‘, maar dan noemen we ze Hades, Poseidon en Zeus.
Wil je nader kennismaken met deze drie en nog negen andere krachten in jezelf? Meld je dan hier aan voor donderdag 13 juni. Er zijn nog een paar plekken beschikbaar.

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *