Mensen denken bij verhalen al snel aan vermaak. Dat het leven bij tijd en wijle zo saai is, dat we wel wat afleiding kunnen gebruiken. En wanneer het verhaal uit is, gaan we weer terug naar onze belangrijke dagelijkse bezigheden. Het échte leven, zogezegd.

Ik geloof niet dat verhalen honderden, zelfs duizenden jaren in leven konden blijven als er niets anders aan was dan vermaak. Vermaak is vluchtig en zoekt altijd iets nieuws. Verhalen zijn belangrijker dan dat. Door de geschiedenis heen zien we dat mensen leven en sterven voor verhalen. Dat doe je niet wanneer het niets meer is dan vermaak.

Verhalen helpen ons om te (over)leven op fysiek, emotioneel of spiritueel niveau.

Ons als mensheid, dat wil zeggen niet alleen onszelf, maar ook al wie na ons komt.

Geschiedschrijver Sima Qian schreef in de 2e eeuw voor Christus wat de eerste keizer van China onder de grond had laten bouwen voor zijn leven in het hiernamaals. Qian beschreef de bouwwerken en het bouwproces. Het klonk allemaal te fantastisch om waar te zijn; 700.000 mensen die 36 jaar lang bezig waren om een heel leger bestaande uit duizenden krijgers van terracotta te maken, compleet met paarden en wagens, hele paleizen en zelfs complete landschappen. Geen moderne historicus geloofde het.
Maar toen in 1974, ruim 2000 jaar later, een Chinese boer een put groef en daarbij stuitte op het terracottaleger, ontdekten de archeologen dat Qian niet had overdreven; al zijn beschrijvingen klopten.
Toen ze bij de graftombe van de keizer zelf kwamen, herinnerden ze zich wat Qian nog meer had geschreven. ‘Kwik was gebruikt om de honderd rivieren, de Gele rivier en de Yangtze rivier te maken en de zee, op dusdanige wijze dat ze stroomden.’
Het heeft ze ervan weerhouden de graftombe van de keizer te openen. In de bodem rondom de graftombe zijn hoge concentraties kwik aangetroffen, vele malen hoger dan normaal is in die regio. Dat ze dit verhaal kenden, heeft waarschijnlijk levens gered.

Het boek Gone with the Wind uit 1936 was een bron van inspiratie voor een groep Joodse meisjes in de ghetto van Warschau gedurende de Tweede Wereldoorlog. De Nazi’s hadden alle boeken in beslag genomen en lezen was ten strengste verboden. Wie toch met een boek betrapt werd, riskeerde onmiddelijk doodgeschoten te worden.
Toch had een meisje genaamd Helen dit boek in haar huis verstopt. Iedere avond las ze er een hoofdstuk uit, om de volgende dag aan de andere meisjes te kunnen vertellen tijdens hun werk.
Nogmaals: dit was geen onschuldig vermaak of simpele afleiding, zij riskeerden hiermee hun leven. Waarom deden ze dit dan? Omdat dit verhaal hen informatie gaf om te (over)leven. Zij herkenden zichzelf in de wanhoop van Scarlet, die alles kwijtraakte wat haar dierbaar was en vocht voor het behoud van Tara, haar thuis. Scarlets uitzichtloze strijd was hún strijd. Het leerde hen dat ze niet alleen waren.
En de bij aanvang rijke, verwende Scarlet ontpopte zich tot een krachtige, vindingrijke vrouw die onvermoeibaar door bleef gaan. Opgeven was voor haar geen optie. Het was voor de meisjes hun houvast, hun gids. Het leerde hen dat er altijd een bron was om kracht uit te putten, dat er altijd een manier te vinden was om terug te veren. Het verhaal gaf hen hoop, het kostbaarste wanneer er niets vertrouwds meer is. En daarmee redde het verhaal hun levens.

Toen auteur Neil Gaiman nog van mening was dat zijn verhalen er niet toe deden, vertelde zijn nicht Helen hem dit verhaal. Haar verhaal, want zij is het meisje dat het boek verstopt had. En zij vertelde dit aan haar neef, omdat zijn zelftwijfel hem er bijna van weerhield verhalen te schrijven. Hij wist nog niet wat zij wel wist: verhalen helpen ons te (over)leven.
En daarom zijn verhalen belangrijk.

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *