Wat ik ontdekt heb over ruziemaken,
was voor mij een eye-opener.

Les 1: titels met gevoelslading laten je sneller naar voren leunen.
Les 2: doe dit alleen wanneer je écht waar kan maken wat je in de titel belooft. Anders bedonder je je publiek, worden ze boos op je en ben je ze kwijt.
En voordat jij je nu geclickbaited voelt (bespeeld of bedonderd, in goed Nederlands), deze titel is waar.
Wat ik ga schrijven vind ik écht een beetje spannend. In deze blog wil ik het namelijk hebben over ruziemaken. Dat durfde ik niet in de titel te zetten.

Ruziemaken is iets wat veel mensen vermijden. Ik weet niet of je er zelfs wel over wilt lezen. Het is geen ‘gezellig’ onderwerp. Maar ik beloof je dat het voldoet aan alle drie pijlers: anders kijken, zelfkennis en compassie.
En ik schrijf erover omdat ik het heel fijn had gevonden als iemand mij jaren geleden had verteld wat ik gedurende de jaren met vallen en opstaan zelf heb moeten ontdekken.

Bij ruzie staan twee partijen tegenover elkaar die het fundamenteel met elkaar oneens zijn. Dat doet pijn, zo weinig verbinding. 
Maar wat als ik je vertel dat ruzie juist heel intiem is? Pijnlijk intiem.

We hebben allemaal onze pijnpunten. Plekken die nauwelijks aanraking verdragen. Plekken die we met alles wat we in ons hebben beschermen.

                                                                                     
Ze was de jongste. In het gezin en in de familie. Is opgegroeid met volwassenen die om haar lachten en haar vertelden wat ze moest doen.
De normaalste zaak van de wereld, zou je kunnen zeggen. Maar voor haar was het uitlachen wat de volwassenen deden, in haar ogen werd ze nooit serieus genomen. Hoe hard ze ook haar best deed, er werd altijd iets gevonden waarin ze tekort schoot. Er was altijd iemand waar ze een voorbeeld aan moest nemen.

Serieus genomen worden is dan ook een pijnpunt van haar. Preciezer gesteld: gezien worden als individu, in plaats van de hekkensluiter die alleen maar moet doen wat iedereen vóór haar al heeft gedaan.
Ze is in de loop der jaren hypergevoelig afgesteld op de kleinste signalen van niet serieus genomen worden. Een woord, een blik of gebaar, een daad of juist het uitblijven ervan. 
Alles wat haar (on)bewust herinnert aan vroeger kan een trigger zijn.
                                                                               

Hoe we onze pijnpunten beschermen, is sterk afhankelijk van de omgeving waarin we opgegroeid zijn. Welk overlevingsmechanisme was het meest succesvol, zogezegd. Vechten, vluchten, bevriezen en allerlei vormen daar tussenin.
Aan gedrag worden vaak een boel conclusies verbonden over hoe iemand ís.
Maar degene die aanvalt, is niet minder gevoelsmens dan degene die vlucht of bevriest. En degene die vlucht of bevriest is niet minder dapper dan degene die aanvalt. Er was simpelweg een andere aanpassing nodig om staande te blijven.

Wat ik ontdekt heb over ruziemaken, was voor mij een eye-opener: Alles wat jij voelt wanneer iemand jouw pijnpunt raakt, is precies wat de ander voelt.
Wanneer jouw pijnpunt geraakt wordt, wordt namelijk tegelijk het pijnpunt van de ander geraakt. En als je verder kijkt dan wie wat zei/deed, zie je in het laagje daaronder dat jullie precies dezelfde pijn voelen.
Jullie hebben niet zomaar allebei pijn, jullie lijden dezelfde pijn.
De pijn is wat jullie verbindt.

Maar dat is een kwetsbaarheid die velen uit de weg gaan. Ik ook vaak genoeg.
We willen onze pijn niet voelen, laat staan er door iemand anders aan herinnerd worden. En het is ook verschrikkelijk moeilijk om niet reflexmatig in je overlevingsmechanismen te schieten. We grijpen vorm dan ook maar al te graag aan om te bewijzen dat we totaal verschillend zijn, dat het niet veilig is.
‘Diegene zegt/doet dit, dat is tegenovergesteld aan hoe ik in het leven sta. Ik ben gewoon heel anders.’
Als een gewond dier beschermen we onszelf tegen wat we voelen als een aanval.
Maar het is geen aanval. Het is een spiegel.

Dit fragment uit Star Trek The Next Generation toont dit principe perfect.
En tegelijk waarom het zo verschrikkelijk moeilijk is: laat je schild maar eens zakken terwijl je voelt dat je wordt aangevallen. En niet zo’n beetje ook.
Neem maar de gok, met het risico potentieel dodelijk geraakt te worden.

Gelukkig hebben we allemaal een Data aan boord; namelijk ons getuigebewustzijn.
Dit getuigebewustzijn neemt waar zonder emotionele lading. Daarmee kunnen we als het ware onszelf beschouwen, tijdens ons handelen. Captain Picard luisterde naar wat Data zei en handelde ernaar.
Misschien kunnen wij dat zelf ook eens wat vaker doen.

Leave a comment

Your email address will not be published.